Naar de inhoud

bereiden

het klaarmaken van bijvoorbeeld een maaltijd

bereiden

werkwoord

Betekenis

  1. het klaarmaken van bijvoorbeeld een maaltijd

Vervoeging van bereiden

bereidenhele werkwoord — bereiddeverleden tijd enkelvoud — bereiddenverleden tijd meervoud — bereidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bereid bereidde
jij bereidt bereidde
hij, zij, het bereidt bereidde
wij bereiden bereidden
jullie bereiden bereidden
zij bereiden bereidden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben bereid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bereid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bereid gebiedende wijs
bereid verleden tijd, deelwoord
bereid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bereid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
bereid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bereid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
bereid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bereid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bereid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
bereid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bereid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
bereid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bereidde verleden tijd
bereide aanvoegende wijs
bereidend onvoltooid, deelwoord
er is bereid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bereid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bereid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bereid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bereid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bereid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bereid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bereid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bereid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bereid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bereid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bereid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bereid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bereid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bereid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bereid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bereid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bereid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bereid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bereid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bereid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bereid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bereid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is bereid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bereid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bereiden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bereid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bereiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bereid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bereid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bereid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bereid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bereid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bereid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bereid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd bereid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd bereid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd bereid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden bereid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden bereid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden bereid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt bereid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word bereid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden bereid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden bereid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden bereid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt bereid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt bereid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal bereid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bereid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bereid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bereid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bereid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal bereid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bereid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bereiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bereiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bereiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bereid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bereid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bereid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bereid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bereid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bereid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bereid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bereid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bereid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou bereid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bereid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bereid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bereid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bereiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bereiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bereiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bereid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bereid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bereid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bereid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bereid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bereid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bereid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bereid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bereid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bereiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bereiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bereiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bereid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bereid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bereid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bereiden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bereid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bereid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bereid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bereid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bereid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bereid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bereid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bereid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bereid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bereiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bereiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bereiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bereiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bereid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bereid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bereid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bereiden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Germaanse werkwoord raidjan ‘gereedmaken’ met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bereiden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bereidde verleden tijd bereiden
bereidden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bereiden
bereidend onvoltooid deelwoord bereiden
bereidende woordvorm bereiden
bereidt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bereiden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bereiden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over bereiden

Wat betekent bereiden?
Bereiden is een werkwoord. Het woord betekent: het klaarmaken van bijvoorbeeld een maaltijd.
Hoe vervoeg je bereiden?
Je vervoegt bereiden als volgt: de tegenwoordige tijd is bereid, de verleden tijd is bereidde en het voltooid deelwoord is bereid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bereiden is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. I 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bereiden levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. E 1
  5. I 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bereiden in het kort

bereiden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bereiden zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bereiden bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bereiden: het klaarmaken van bijvoorbeeld een maaltijd
Deel bereiden — standaardnederlands.nl