Naar de inhoud

assimileren

gelijkvormig maken, gelijkstellen

assimileren

werkwoord

Betekenis

  1. gelijkvormig maken, gelijkstellen
  2. (voedingsstoffen) opnemen en in organisch weefsel omzetten
  3. doen opgaan van een minderheidsgroep in een gevestigde gemeenschap, waarbij de geabsorbeerde groep onderscheidende kenmerken verliest
  4. twee aangrenzende klanken geheel of gedeeltelijk gelijkmaken
  5. zich aanpassen (waarbij men onderscheidende kenmerken verliest)
  6. twee aangrenzende klanken geheel of gedeeltelijk gelijk worden

werkwoord

  1. opnemen en in organisch weefsel omzetten transitive

Vervoeging van assimileren

assimilerenhele werkwoord — assimileerdeverleden tijd enkelvoud — assimileerdenverleden tijd meervoud — geassimileerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik assimileer assimileerde
jij assimileert assimileerde
hij, zij, het assimileert assimileerde
wij assimileren assimileerden
jullie assimileren assimileerden
zij assimileren assimileerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
assimileer gebiedende wijs
assimileerde verleden tijd
assimilere aanvoegende wijs
assimilerend onvoltooid, deelwoord
ben geassimileerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geassimileerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geassimileerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geassimileerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geassimileerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geassimileerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geassimileerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geassimileerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geassimileerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geassimileerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geassimileerd verleden tijd, deelwoord
geassimileerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geassimileerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geassimileerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geassimileerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geassimileerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geassimileerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geassimileerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geassimileerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geassimileerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geassimileerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geassimileerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geassimileerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geassimileerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geassimileerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geassimileerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geassimileerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geassimileerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geassimileerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geassimileerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geassimileerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geassimileerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geassimileerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geassimileerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geassimileerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geassimileerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geassimileerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geassimileerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te assimileren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geassimileerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen assimileren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geassimileerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geassimileerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geassimileerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geassimileerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geassimileerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geassimileerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geassimileerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geassimileerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geassimileerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geassimileerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geassimileerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geassimileerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geassimileerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geassimileerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geassimileerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geassimileerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geassimileerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geassimileerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geassimileerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geassimileerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal assimileren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal assimileren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal assimileren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geassimileerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geassimileerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geassimileerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geassimileerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geassimileerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geassimileerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geassimileerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geassimileerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geassimileerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geassimileerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geassimileerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou assimileren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou assimileren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou assimileren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geassimileerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geassimileerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geassimileerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geassimileerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geassimileerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geassimileerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geassimileerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geassimileerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geassimileerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden assimileren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden assimileren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden assimileren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geassimileerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geassimileerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geassimileerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geassimileerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geassimileerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geassimileerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geassimileerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geassimileerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geassimileerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt assimileren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geassimileerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geassimileerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geassimileerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen assimileren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen assimileren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen assimileren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen assimileren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geassimileerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geassimileerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geassimileerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geassimileerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geassimileerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geassimileerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geassimileerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geassimileerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geassimileerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult assimileren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geassimileerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geassimileerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geassimileerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gelijkmaken’ voor het eerst aangetroffen in 1650

Woordfamilie van assimileren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
assimileer gebiedende wijs assimileren
assimileerde verleden tijd assimileren
assimileerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon assimileren
assimileert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon assimileren
assimilere aanvoegende wijs assimileren
assimilerend onvoltooid deelwoord assimileren
assimilerende woordvorm assimileren
geassimileerd voltooid deelwoord assimileren
geassimileerde woordvorm assimileren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van assimileren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over assimileren

Wat is de betekenis van assimileren?
Assimileren is een werkwoord. De betekenis is: gelijkvormig maken, gelijkstellen. In totaal staan er 7 betekenissen.
Hoe vervoeg ik assimileren?
Zo vervoeg je assimileren zo: de tegenwoordige tijd is assimileer, de verleden tijd is assimileerde en het voltooid deelwoord is geassimileerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord assimileren is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. S 2
  3. S 2
  4. I 1
  5. M 3
  6. I 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

assimileren levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. S 2
  3. S 2
  4. I 2
  5. M 3
  6. I 2
  7. L 3
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 zonder bonus
  13. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

assimileren in het kort

assimileren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 7 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van assimileren staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort assimileren bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

assimileren: gelijkvormig maken, gelijkstellen
Deel assimileren — standaardnederlands.nl