assimileren
werkwoordBetekenis
- gelijkvormig maken, gelijkstellen
- (voedingsstoffen) opnemen en in organisch weefsel omzetten
- doen opgaan van een minderheidsgroep in een gevestigde gemeenschap, waarbij de geabsorbeerde groep onderscheidende kenmerken verliest
- twee aangrenzende klanken geheel of gedeeltelijk gelijkmaken
- zich aanpassen (waarbij men onderscheidende kenmerken verliest)
- twee aangrenzende klanken geheel of gedeeltelijk gelijk worden
werkwoord
- opnemen en in organisch weefsel omzetten transitive
Vervoeging van assimileren
assimilerenhele werkwoord — assimileerdeverleden tijd enkelvoud — assimileerdenverleden tijd meervoud — geassimileerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | assimileer | assimileerde |
| jij | assimileert | assimileerde |
| hij, zij, het | assimileert | assimileerde |
| wij | assimileren | assimileerden |
| jullie | assimileren | assimileerden |
| zij | assimileren | assimileerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| assimileer | gebiedende wijs |
| assimileerde | verleden tijd |
| assimilere | aanvoegende wijs |
| assimilerend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geassimileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geassimileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geassimileerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geassimileerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geassimileerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geassimileerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geassimileerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geassimileerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geassimileerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geassimileerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geassimileerd | verleden tijd, deelwoord |
| geassimileerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geassimileerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geassimileerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geassimileerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geassimileerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geassimileerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geassimileerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geassimileerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geassimileerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geassimileerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geassimileerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geassimileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geassimileerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geassimileerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geassimileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geassimileerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geassimileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geassimileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geassimileerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geassimileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geassimileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geassimileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geassimileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geassimileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geassimileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geassimileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geassimileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te assimileren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geassimileerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen assimileren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geassimileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geassimileerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geassimileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geassimileerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geassimileerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geassimileerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geassimileerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geassimileerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geassimileerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geassimileerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geassimileerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geassimileerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geassimileerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geassimileerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geassimileerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geassimileerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geassimileerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geassimileerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geassimileerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geassimileerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal assimileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal assimileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal assimileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geassimileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geassimileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geassimileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geassimileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geassimileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geassimileerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geassimileerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geassimileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geassimileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geassimileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geassimileerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou assimileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou assimileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou assimileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geassimileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geassimileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geassimileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geassimileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geassimileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geassimileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geassimileerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geassimileerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geassimileerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden assimileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden assimileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden assimileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geassimileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geassimileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geassimileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geassimileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geassimileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geassimileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geassimileerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geassimileerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geassimileerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt assimileren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geassimileerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geassimileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geassimileerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen assimileren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen assimileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen assimileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen assimileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geassimileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geassimileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geassimileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geassimileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geassimileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geassimileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geassimileerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geassimileerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geassimileerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult assimileren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geassimileerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geassimileerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geassimileerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gelijkmaken’ voor het eerst aangetroffen in 1650
Woordfamilie van assimileren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| assimileer | gebiedende wijs | assimileren |
| assimileerde | verleden tijd | assimileren |
| assimileerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | assimileren |
| assimileert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | assimileren |
| assimilere | aanvoegende wijs | assimileren |
| assimilerend | onvoltooid deelwoord | assimileren |
| assimilerende | woordvorm | assimileren |
| geassimileerd | voltooid deelwoord | assimileren |
| geassimileerde | woordvorm | assimileren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van assimileren zijn vastgelegd.