antiquiteit
zelfstandig naamwoord ɑntikiˈtɛɪtBetekenis
- een oud kunst-, sier- of gebruiksvoorwerp, voorwerp uit de oude tijd
- iets wat ouderwets is en niet meer in de mode
Hoe spreek je antiquiteit uit?
/ɑntikiˈtɛit/
Antiquiteit bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| n | nek |
| t | tak |
| i | riet |
| k | kat |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- oudheid, het tijdperk van de geschiedenis van de prehistorie tot de middeleeuwen obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| antiquiteiten | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘voorwerp uit vroeger tijd’ voor het eerst aangetroffen in 1561
Woordfamilie van antiquiteit
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| antiquiteiten | meervoud | antiquiteit |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van antiquiteit zijn vastgelegd.