achterblijven
werkwoord ˈɑxtərˌblɛivə(n)Betekenis
- nog steeds ergens zijn waar anderen of iets anders niet meer aanwezig is
Hoe spreek je achterblijven uit?
/ˈɑxtərˌblɛivən/
Achterblijven bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| x | acht |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| b | bak |
| l | land |
| ɛi | trein |
| v | vis |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
werkwoord
- achterlopen, iets of iemand niet kunnen bijhouden
Vervoeging van achterblijven
achterblijvenhele werkwoord — bleef achterverleden tijd enkelvoud — bleven achterverleden tijd meervoud — achtergeblevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | blijf achter | bleef achter |
| jij | blijft achter | bleef achter |
| hij, zij, het | blijft achter | bleef achter |
| wij | blijven achter | bleven achter |
| jullie | blijven achter | bleven achter |
| zij | blijven achter | bleven achter |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| achter te blijven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| achter te zullen blijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achter zal blijven | bijzin, toekomende tijd |
| achter zou blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| achter zouden blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| achter zoudt blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| achter zullen blijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| achter zullen blijven | bijzin, toekomende tijd |
| achter zult blijven | bijzin, toekomende tijd |
| achterbleef | bijzin, verleden tijd |
| achterbleven | bijzin, verleden tijd |
| achterblijf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| achterblijft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| achterblijvend | onvoltooid, deelwoord |
| achtergebleven | verleden tijd, deelwoord |
| achtergebleven te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| achtergebleven zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ben achtergebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent achtergebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bleef achter | verleden tijd |
| blijf achter | gebiedende wijs |
| ev. | gebiedende wijs |
| is achtergebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is achtergebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te zijn achtergebleven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen achterblijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart achtergebleven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren achtergebleven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren achtergebleven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren achtergebleven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was achtergebleven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was achtergebleven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was achtergebleven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal achterblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal achterblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal achterblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal achterblijven | bijzin, toekomende tijd |
| zal achtergebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal achtergebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal achtergebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn achtergebleven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn achtergebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn achtergebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn achtergebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt achtergebleven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou achterblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou achterblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou achterblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou achterblijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou achtergebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou achtergebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou achtergebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) achterblijven achter zou(dt) blijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden achterblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden achterblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden achterblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden achterblijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden achtergebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden achtergebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden achtergebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt achterblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt achterblijven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt achtergebleven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen achterblijven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen achterblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen achterblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen achterblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen achterblijven | bijzin, toekomende tijd |
| zullen achtergebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen achtergebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen achtergebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult achterblijven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult achterblijven | bijzin, toekomende tijd |
| zult achtergebleven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal achterblijven achter zult/zal blijven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van achter en blijven
Woordfamilie van achterblijven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| achterbleef | subordinate-clause, verleden tijd | achterblijven |
| achterbleven | subordinate-clause, verleden tijd | achterblijven |
| achterblijf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | achterblijven |
| achterblijft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | achterblijven |
| achterblijve | with-subordinate-clause | achterblijven |
| achterblijvend | onvoltooid deelwoord | achterblijven |
| bleef achter | verleden tijd | achterblijven |
| bleven achter | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | achterblijven |
| blijf achter | gebiedende wijs | achterblijven |
| blijft achter | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | achterblijven |
| blijve achter | woordvorm | achterblijven |
| blijven achter | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | achterblijven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van achterblijven zijn vastgelegd.