weven
werkwoord ˈwevə(n)Betekenis
- (textiel) vervaardigen uit draden
- schrijfwijze voor weiven heen en weer bewegen, zwaaien
Hoe spreek je weven uit?
/ˈwevən/
Weven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als waven.
werkwoord
- een weefsel vervaardigen door lengte- en dwarsdraden in elkaar rechthoekig te vlechten transitive
- schrijfwijze voor weiven ‘heen en weer bewegen, zwaaien’
Vervoeging van weven
wevenhele werkwoord — weefdeverleden tijd enkelvoud — weefdenverleden tijd meervoud — gewevenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | weef | weefde |
| jij | weeft | weefde |
| hij, zij, het | weeft | weefde |
| wij | weven | weefden |
| jullie | weven | weefden |
| zij | weven | weefden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is geweven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geweven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geweven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geweven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geweven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geweven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geweven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geweven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geweven | verleden tijd, deelwoord |
| geweven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geweven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geweven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geweven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geweven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geweven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geweven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geweven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geweven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geweven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geweven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geweven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geweven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geweven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geweven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geweven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geweven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geweven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geweven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geweven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geweven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geweven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geweven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geweven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geweven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geweven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geweven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te weven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen weven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren geweven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geweven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weef | gebiedende wijs |
| weefde | verleden tijd |
| werd geweven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden geweven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| weve | aanvoegende wijs |
| wevend | onvoltooid, deelwoord |
| worden geweven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geweven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geweven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geweven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geweven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geweven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geweven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal weven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal weven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal weven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geweven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou geweven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geweven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geweven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geweven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geweven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou weven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou weven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou weven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geweven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geweven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geweven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geweven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geweven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden weven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden weven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden weven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geweven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt weven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geweven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geweven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geweven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geweven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geweven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen weven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen weven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen weven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen weven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geweven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult weven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘draden e.d. dooreenvlechten’ voor het eerst aangetroffen in 1240.
Woordfamilie van weven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geweven | voltooid deelwoord | weven |
| weef | gebiedende wijs | weven |
| weefde | verleden tijd | weven |
| weefden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | weven |
| weeft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | weven |
| weve | aanvoegende wijs | weven |
| wevend | onvoltooid deelwoord | weven |
| wevende | woordvorm | weven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weven zijn vastgelegd.