weeflijn
zelfstandig naamwoordBetekenis
- één van de horizontaal tussen de wanten van een zeilschip gespannen touwen, die samen een ladder vormen om in het want te klimmen
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- elk van de horizontaal tussen de wanten van een zeilschip gespannen touwen, die samen een ladder vormen om in het want te klimmen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weeflijnen | meervoud |
| weeflijntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| weeflijntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van weef ww en lijn
Woordfamilie van weeflijn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weeflijnen | meervoud | weeflijn |
| weeflijntje | verkleinwoord | weeflijn |
| weeflijntjes | verkleinwoord meervoud | weeflijn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weeflijn zijn vastgelegd.