Naar de inhoud

leven

het doormaken van het leven, het doormaken van de periode tussen geboorte en dood

leven is meer dan één woord

leven

werkwoord, zelfstandig naamwoord /'levən/

Betekenis

  1. het doormaken van het leven, het doormaken van de periode tussen geboorte en dood
  2. wonen, verblijven
  3. spreken en denken over een bepaald onderwerp
  4. een voortbestaan van organismen, gericht op groei en/of vermenigvuldiging
  5. de tijdsspanne die men levend doorbrengt
  6. het menselijk bestaan in het algemeen of een deel daarvan
  7. periode dat iets in functie is
  8. activiteit en drukte
  9. glad

Hoe spreek je leven uit?

/ˈlevən/

Leven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈlevən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
l land
e veel
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van leven

levenhele werkwoord — leefdeverleden tijd enkelvoud — leefdenverleden tijd meervoud — geleefdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik leef leefde
jij leeft leefde
hij, zij, het leeft leefde
wij leven leefden
jullie leven leefden
zij leven leefden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geleefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geleefd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geleefd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geleefd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geleefd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geleefd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geleefd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geleefd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geleefd verleden tijd, deelwoord
geleefd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geleefd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geleefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geleefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geleefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geleefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geleefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geleefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geleefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geleefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geleefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geleefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geleefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geleefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
leef gebiedende wijs
leefde verleden tijd
leve aanvoegende wijs
levend onvoltooid, deelwoord
te hebben geleefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te leven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen leven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geleefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geleefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geleefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal leven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal leven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal leven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou leven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou leven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou leven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden leven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden leven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden leven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt leven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geleefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geleefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geleefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen leven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen leven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen leven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen leven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geleefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult leven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘niet dood zijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901.

Woordfamilie van leven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geleefd voltooid deelwoord leven
geleefde woordvorm leven
leef gebiedende wijs leven
leefde verleden tijd leven
leefden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon leven
leeft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon leven
leve aanvoegende wijs leven
leventje woordvorm leven
leventjes meervoud leven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van leven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over leven

Hoe spreek je leven uit?
De uitspraak van leven is: /'levən/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent leven?
Leven is een werkwoord. Het woord betekent: het doormaken van het leven, het doormaken van de periode tussen geboorte en dood. Deze pagina beschrijft 9 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je leven?
Je vervoegt leven als volgt: de tegenwoordige tijd is leef, de verleden tijd is leefde en het voltooid deelwoord is geleefd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spreekwoorden en gezegden met leven

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op leven?

Er staan 60 woorden in dit woordenboek die op leven rijmen, waaronder geven, overgeven en achtersteven. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op leven, uitspraak ˈlevən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
geven 2
overgeven 4
achtersteven 4
vergeven 3
overleven 4
beleven 3
beven 2
aangeschreven 4
zweven 2
steven 2
weven 2
reven 2
even 2
kleven 2
gegeven 3
streven 2
herleven 3
neven 2
overdreven 4
omgeven 3
zelfstandigheidsstreven 7
sneven 2
halfzeven 4
liefdesleven 4
doorleven 3
aanbodgedreven 5
aaneengeschreven 5
aangebleven 4
aangedreven 4
aangegeven 4
aangewreven 4
afgeschreven 4
alzeleven 4
beneven 3
doorgegeven 4
enquêtegegeven 6
gebleven 3
geschreven 3
handeldreven 4
handelgedreven 5
Nog 20 rijmwoorden
heldenleven 4
klantengegeven 5
klantgegeven 4
klimaatgegeven 5
literatuurgegeven 7
moffenzeven 4
naamgegeven 4
naamsgegeven 4
onderzoeksgegeven 6
onuitgegeven 5
patiëntengegeven 6
patiëntgegeven 5
persoongegeven 5
persoonsgegeven 5
schreven 2
tjeven 2
treven 2
waven 2
zooeven 3
zoëven 3

Scrabble punten

Naar spel

Het woord leven is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. L 3
  2. E 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

leven levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. L 3
  2. E 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 zonder bonus
  7. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

leven telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

leven in het kort

leven is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 9 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van leven zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort leven bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

leven: het doormaken van het leven, het doormaken van de periode tussen geboorte en dood
Deel leven — standaardnederlands.nl