Naar de inhoud

overgeven

de maaginhoud uitspugen

overgeven

werkwoord ˈovərˌɣevə(n)

Betekenis

  1. de maaginhoud uitspugen
  2. zich ~: de strijd staken en controle aan de vijand geven

Hoe spreek je overgeven uit?

/ˈovərˌxevən/

Overgeven bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈovərˌxevən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
o boot
v vis
ə de
r rood
x acht
e veel
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon

Vervoeging van overgeven

overgevenhele werkwoord — gaf oververleden tijd enkelvoud — gaven oververleden tijd meervoud — overgegevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik geef over gaf over
jij geeft over gaaft over
hij, zij, het geeft over gaf over
wij geven over gaven over
jullie geven over gaven over
zij geven over gaven over
Alle 96 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is overgegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overgegeven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overgegeven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overgegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overgegeven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overgegeven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overgegeven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overgegeven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gaf over verleden tijd
geef over gebiedende wijs
geef u/je over, geeft je over gebiedende wijs
had overgegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overgegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overgegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overgegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overgegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overgegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overgegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overgegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
over te geven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
over te zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
over zal geven bijzin, toekomende tijd
over zou geven bijzin, voorwaardelijk
over zouden geven bijzin, voorwaardelijk
over zoudt geven bijzin, voorwaardelijk
over zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
over zullen geven bijzin, toekomende tijd
over zult geven bijzin, toekomende tijd
overgaaft bijzin, verleden tijd
overgaf bijzin, verleden tijd
overgaven bijzin, verleden tijd
overgeef bijzin, tegenwoordige tijd
overgeeft bijzin, tegenwoordige tijd
overgegeven verleden tijd, deelwoord
overgegeven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overgegeven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overgevend onvoltooid, deelwoord
te hebben overgegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overgeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal me overgeven eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal overgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overgeven bijzin, toekomende tijd
zal zich overgeven derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je overgeven tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich overgegeven hebben verleden tijd
zich overgevend onvoltooid, deelwoord
zou overgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overgeven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) overgeven over zou(dt) geven bijzin, voorwaardelijk
zouden overgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overgeven bijzin, voorwaardelijk
zoudt overgegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overgeven bijzin, voorwaardelijk
zullen je overgeven tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons overgeven eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen overgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overgeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overgeven bijzin, toekomende tijd
zullen zich overgeven derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult overgegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overgeven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult overgeven bijzin, toekomende tijd
zult u overgeven tweede persoon
zult u overgeven tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u overgeven tweede persoon
zult zich/u overgeven tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult/zal overgeven over zult/zal geven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van over en geven

Woordfamilie van overgeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gaf over verleden tijd overgeven
gaven over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overgeven
geef over gebiedende wijs overgeven
geeft over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overgeven
geve over woordvorm overgeven
geven over aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon overgeven
overgaf subordinate-clause, verleden tijd overgeven
overgeef subordinate-clause, tegenwoordige tijd overgeven
overgeeft subordinate-clause, tegenwoordige tijd overgeven
overgegeven voltooid deelwoord overgeven
overgeve with-subordinate-clause overgeven
overgevend onvoltooid deelwoord overgeven
overgevende woordvorm overgeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overgeven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overgeven

Hoe spreek ik overgeven uit?
Zo spreek je overgeven uit: /ˈovərˌɣevə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van overgeven?
Overgeven is een werkwoord. De betekenis is: de maaginhoud uitspugen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik overgeven?
Zo vervoeg je overgeven zo: het voltooid deelwoord is overgegeven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op overgeven?

Er staan 60 woorden in dit woordenboek die op overgeven rijmen, waaronder geven, leven en achtersteven. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op overgeven, uitspraak ˈovərˌxevən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
geven 2
leven 2
achtersteven 4
vergeven 3
overleven 4
beleven 3
beven 2
aangeschreven 4
zweven 2
steven 2
weven 2
reven 2
even 2
kleven 2
gegeven 3
streven 2
herleven 3
neven 2
overdreven 4
omgeven 3
zelfstandigheidsstreven 7
sneven 2
halfzeven 4
liefdesleven 4
doorleven 3
aanbodgedreven 5
aaneengeschreven 5
aangebleven 4
aangedreven 4
aangegeven 4
aangewreven 4
afgeschreven 4
alzeleven 4
beneven 3
doorgegeven 4
enquêtegegeven 6
gebleven 3
geschreven 3
handeldreven 4
handelgedreven 5
Nog 20 rijmwoorden
heldenleven 4
klantengegeven 5
klantgegeven 4
klimaatgegeven 5
literatuurgegeven 7
moffenzeven 4
naamgegeven 4
naamsgegeven 4
onderzoeksgegeven 6
onuitgegeven 5
patiëntengegeven 6
patiëntgegeven 5
persoongegeven 5
persoonsgegeven 5
schreven 2
tjeven 2
treven 2
waven 2
zooeven 3
zoëven 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overgeven is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. G 3
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overgeven levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. G 3
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overgeven in het kort

overgeven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van overgeven staan er 66 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort overgeven bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

overgeven: de maaginhoud uitspugen
Deel overgeven — standaardnederlands.nl