Naar de inhoud

geven

overdragen van het bezit van iets aan iemand anders

geven

werkwoord ˈɣevə(n)

Betekenis

  1. overdragen van het bezit van iets aan iemand anders
  2. aanbieden
  3. opleveren, veroorzaken, verschaffen

Hoe spreek je geven uit?

/ˈxevən/

Geven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈxevən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
x acht
e veel
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van geven

gevenhele werkwoord — gafverleden tijd enkelvoud — gavenverleden tijd meervoud — gegevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik geef gaf
jij geeft gaaft
hij, zij, het geeft gaf
wij geven gaven
jullie geven gaven
zij geven gaven
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
er is gegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gegeven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gegeven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gegeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gegeven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gegeven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gegeven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gegeven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gaf verleden tijd
geef gebiedende wijs
gegeven verleden tijd, deelwoord
gegeven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegeven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gegeven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegeven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegeven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gegeven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegeven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gegeven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegeven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gegeven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geve aanvoegende wijs
gevend onvoltooid, deelwoord
had gegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gegeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gegeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gegeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te geven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gegeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waren gegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gegeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werden gegeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
worden gegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gegeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
zal gegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal geven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal geven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gegeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zou gegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou geven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou geven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gegeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gegeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gegeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gegeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gegeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen geven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gegeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

erfwoord, in de betekenis van ‘aanreiken, verschaffen, schenken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 901; van Proto-Germaans *geban- (een oudere wortel *dō- zou in het Germaans hierdoor zijn vervangen), wat mogelijk voordien *gab was. De klinkerverschuiving naar -e- in de tegenwoordige tijd zou onder invloed van *neman- kunnen zijn gebeurd. Mogelijk nog verder te herleiden tot Indo-Europees *ghebh- (zie ook de mogelijke etymologie van hebben). Volgens een nieuwere opvatting is er sprake van een nog oudere gezamenlijke wortel *kap-, *ghabh-/*ghebh- in het PIE (in dat geval zouden zowel hebben als bijv. ook Latijn capere en habere, waar in ieder geval sprake is van een duidelijke betekenisverwantschap, met geven verwant zijn).

Woordfamilie van geven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gaaft aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon geven
gaf verleden tijd geven
geeft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon geven
geve aanvoegende wijs geven
gevend onvoltooid deelwoord geven
gevende woordvorm geven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over geven

Hoe spreek ik geven uit?
Zo spreek je geven uit: /ˈɣevə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van geven?
Geven is een werkwoord. De betekenis is: overdragen van het bezit van iets aan iemand anders. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik geven?
Zo vervoeg je geven zo: de tegenwoordige tijd is geef, de verleden tijd is gaf en het voltooid deelwoord is gegeven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spreekwoorden en gezegden met geven

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op geven?

Geven rijmt op 60 woorden op -even; leven, overgeven en achtersteven bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op geven, uitspraak ˈxevən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
leven 2
overgeven 4
achtersteven 4
vergeven 3
overleven 4
beleven 3
beven 2
aangeschreven 4
zweven 2
steven 2
weven 2
reven 2
even 2
kleven 2
gegeven 3
streven 2
herleven 3
neven 2
overdreven 4
omgeven 3
zelfstandigheidsstreven 7
sneven 2
halfzeven 4
liefdesleven 4
doorleven 3
aanbodgedreven 5
aaneengeschreven 5
aangebleven 4
aangedreven 4
aangegeven 4
aangewreven 4
afgeschreven 4
alzeleven 4
beneven 3
doorgegeven 4
enquêtegegeven 6
gebleven 3
geschreven 3
handeldreven 4
handelgedreven 5
Nog 20 rijmwoorden
heldenleven 4
klantengegeven 5
klantgegeven 4
klimaatgegeven 5
literatuurgegeven 7
moffenzeven 4
naamgegeven 4
naamsgegeven 4
onderzoeksgegeven 6
onuitgegeven 5
patiëntengegeven 6
patiëntgegeven 5
persoongegeven 5
persoonsgegeven 5
schreven 2
tjeven 2
treven 2
waven 2
zooeven 3
zoëven 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord geven is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. G 3
  2. E 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

geven levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. G 3
  2. E 1
  3. V 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. 10 zonder bonus
  7. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

geven telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

geven in het kort

geven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van geven staan er 66 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort geven bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

geven: overdragen van het bezit van iets aan iemand anders
Deel geven — standaardnederlands.nl