Naar de inhoud

overleven

in leven blijven ondanks levensbedreigende omstandigheden of gebeurtenissen

overleven

werkwoord ˌovərˈlevə(n)

Betekenis

  1. in leven blijven ondanks levensbedreigende omstandigheden of gebeurtenissen
  2. een hogere leeftijd bereiken dan
  3. voortleven na iemand anders overlijden

Hoe spreek je overleven uit?

/ˌovərˈlevən/

Overleven bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌovərˈlevən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
o boot
v vis
ə de
r rood
l land
e veel
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. een hogere leeftijd bereiken dan, langer leven dan transitive
  2. blijven functioneren figuratively, intransitive

Vervoeging van overleven

overlevenhele werkwoord — overleefdeverleden tijd enkelvoud — overleefdenverleden tijd meervoud — overleefdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overleef overleefde
jij overleeft overleefde
hij, zij, het overleeft overleefde
wij overleven overleefden
jullie overleven overleefden
zij overleven overleefden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had overleefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overleefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overleefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overleefd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overleefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overleefd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overleefd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overleefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overleefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overleefd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overleefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overleefd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overleefd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overleef gebiedende wijs
overleefd verleden tijd, deelwoord
overleefd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overleefd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overleefde verleden tijd
overleve aanvoegende wijs
overlevend onvoltooid, deelwoord
te hebben overleefd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overleven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overleven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal overleefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overleefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overleefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overleven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overleven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overleven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou overleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overleven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overleven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overleven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden overleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overleven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overleven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overleven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt overleefd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overleven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen overleefd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overleefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overleefd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overleven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overleven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overleven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overleven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult overleefd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overleven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van over bw en leven ww

Woordfamilie van overleven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overleef gebiedende wijs overleven
overleefd voltooid deelwoord overleven
overleefde verleden tijd overleven
overleefden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overleven
overleve aanvoegende wijs overleven
overlevend onvoltooid deelwoord overleven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overleven zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overleven

Hoe spreek je overleven uit?
De uitspraak van overleven is: /ˌovərˈlevə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent overleven?
Overleven is een werkwoord. Het woord betekent: in leven blijven ondanks levensbedreigende omstandigheden of gebeurtenissen. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je overleven?
Je vervoegt overleven als volgt: de tegenwoordige tijd is overleef, de verleden tijd is overleefde en het voltooid deelwoord is overleefd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op overleven?

Overleven rijmt op 60 woorden op -even; geven, leven en overgeven bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op overleven, uitspraak ˌovərˈlevən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
geven 2
leven 2
overgeven 4
achtersteven 4
vergeven 3
beleven 3
beven 2
aangeschreven 4
zweven 2
steven 2
weven 2
reven 2
even 2
kleven 2
gegeven 3
streven 2
herleven 3
neven 2
overdreven 4
omgeven 3
zelfstandigheidsstreven 7
sneven 2
halfzeven 4
liefdesleven 4
doorleven 3
aanbodgedreven 5
aaneengeschreven 5
aangebleven 4
aangedreven 4
aangegeven 4
aangewreven 4
afgeschreven 4
alzeleven 4
beneven 3
doorgegeven 4
enquêtegegeven 6
gebleven 3
geschreven 3
handeldreven 4
handelgedreven 5
Nog 20 rijmwoorden
heldenleven 4
klantengegeven 5
klantgegeven 4
klimaatgegeven 5
literatuurgegeven 7
moffenzeven 4
naamgegeven 4
naamsgegeven 4
onderzoeksgegeven 6
onuitgegeven 5
patiëntengegeven 6
patiëntgegeven 5
persoongegeven 5
persoonsgegeven 5
schreven 2
tjeven 2
treven 2
waven 2
zooeven 3
zoëven 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overleven is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. L 3
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overleven levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. L 3
  6. E 1
  7. V 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overleven in het kort

overleven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van overleven zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort overleven bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

overleven: in leven blijven ondanks levensbedreigende omstandigheden of gebeurtenissen
Deel overleven — standaardnederlands.nl