weefvak
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een combinatie van een invoegstrook en uitvoegstrook, meestal bij een klaverbladknooppunt op autosnelwegen
- het ambacht van een wever
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weefvakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| weefvakjes | verkleinwoord, meervoud |
| weefvakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van weven ww en vak zn
Woordfamilie van weefvak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weefvakje | verkleinwoord | weefvak |
| weefvakjes | verkleinwoord meervoud | weefvak |
| weefvakken | meervoud | weefvak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weefvak zijn vastgelegd.