reven
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈrevə(n)/Betekenis
- (m.b.t. een zeil) het effectieve oppervlak verkleinen door samenvouwing of oprolling
Hoe spreek je reven uit?
/ˈrevən/
Reven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- het effectieve oppervlak verkleinen door samenvouwing of oprolling transitive
Vervoeging van reven
revenhele werkwoord — reefdeverleden tijd enkelvoud — reefdenverleden tijd meervoud — gereefdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | reef | reefde |
| jij | reeft | reefde |
| hij, zij, het | reeft | reefde |
| wij | reven | reefden |
| jullie | reven | reefden |
| zij | reven | reefden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is gereefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gereefd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gereefd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gereefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gereefd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gereefd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gereefd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gereefd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gereefd | verleden tijd, deelwoord |
| gereefd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereefd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereefd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereefd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereefd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereefd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereefd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereefd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereefd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereefd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gereefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gereefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gereefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gereefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gereefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gereefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gereefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| reef | gebiedende wijs |
| reefde | verleden tijd |
| reve | aanvoegende wijs |
| revend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gereefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te reven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen reven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren gereefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gereefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gereefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gereefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gereefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gereefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gereefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gereefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gereefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gereefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal reven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal reven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal reven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou gereefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gereefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gereefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou reven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou reven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou reven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gereefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden reven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden reven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden reven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gereefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt reven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gereefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen reven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen reven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen reven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen reven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gereefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult reven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van rijven
Vervoeging van reven
revenhele werkwoord — reefdeverleden tijd enkelvoud — reefdenverleden tijd meervoud — gereefdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | reef | reefde |
| jij | reeft | reefde |
| hij, zij, het | reeft | reefde |
| wij | reven | reefden |
| jullie | reven | reefden |
| zij | reven | reefden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is gereefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gereefd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gereefd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gereefd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gereefd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gereefd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gereefd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gereefd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gereefd | verleden tijd, deelwoord |
| gereefd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereefd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gereefd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereefd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereefd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gereefd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereefd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gereefd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereefd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gereefd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gereefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gereefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gereefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gereefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gereefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gereefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gereefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| reef | gebiedende wijs |
| reefde | verleden tijd |
| reve | aanvoegende wijs |
| revend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gereefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te reven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen reven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waren gereefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gereefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gereefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gereefd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gereefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gereefd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gereefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gereefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gereefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gereefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gereefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal reven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal reven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal reven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gereefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou gereefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gereefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gereefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gereefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gereefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou reven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou reven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou reven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gereefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gereefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gereefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereefd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gereefd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden reven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden reven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden reven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gereefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt reven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gereefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gereefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gereefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereefd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gereefd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen reven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen reven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen reven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen reven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gereefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult reven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord reef
Herkomst
In de betekenis van ‘(zeilen) kleiner maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1644
Woordfamilie van reven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gereefd | voltooid deelwoord | reven |
| gereefde | woordvorm | reven |
| reefde | verleden tijd | reven |
| reefden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | reven |
| reeft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | reven |
| reve | aanvoegende wijs | reven |
| revend | onvoltooid deelwoord | reven |
| revende | woordvorm | reven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van reven zijn vastgelegd.