Naar de inhoud

vergeven

vergiffenis schenken, iemand een kwade of verkeerde daad niet langer toerekenen

vergeven

werkwoord vərˈɡevə(n)

Betekenis

  1. vergiffenis schenken, iemand een kwade of verkeerde daad niet langer toerekenen
  2. iemands gezondheid schaden door het toedienen van vergift

Hoe spreek je vergeven uit?

/vərˈgevən/

Vergeven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈgevən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
g goal
e veel
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. iemand iets schenken

Vervoeging van vergeven

vergevenhele werkwoord — vergafverleden tijd enkelvoud — vergavenverleden tijd meervoud — vergevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vergeef vergaf
jij vergeeft vergaaft
hij, zij, het vergeeft vergaf
wij vergeven vergaven
jullie vergeven vergaven
zij vergeven vergaven
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vergeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vergeven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vergeven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vergeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vergeven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vergeven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vergeven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vergeven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vergeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vergeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vergeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vergeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vergeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vergeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vergeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vergeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vergeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vergeven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vergeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergaf verleden tijd
vergeef gebiedende wijs
vergeve aanvoegende wijs
vergeven verleden tijd, deelwoord
vergeven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vergeven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vergeven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergeven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergeven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergeven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vergeven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vergeven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergeven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergeven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergevend onvoltooid, deelwoord
waart vergeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vergeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vergeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vergeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vergeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vergeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vergeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vergeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vergeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vergeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vergeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vergeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vergeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vergeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vergeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vergeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vergeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vergeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vergeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vergeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vergeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vergeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vergeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vergeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vergeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vergeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vergeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vergeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vergeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vergeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vergeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vergeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vergeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vergeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vergeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vergeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vergeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vergeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vergeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen vergeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vergeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vergeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vergeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vergeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vergeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vergeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vergeven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vergeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult vergeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vergeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergeven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van vergeven

Vervoeging van vergeven

vergevenhele werkwoord — vergafverleden tijd enkelvoud — vergavenverleden tijd meervoud — vergevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vergeef vergaf
jij vergeeft vergaaft
hij, zij, het vergeeft vergaf
wij vergeven vergaven
jullie vergeven vergaven
zij vergeven vergaven
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vergeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vergeven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vergeven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vergeven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vergeven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vergeven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vergeven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vergeven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vergeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vergeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vergeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vergeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vergeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vergeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vergeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vergeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vergeven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vergeven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vergeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergaf verleden tijd
vergeef gebiedende wijs
vergeve aanvoegende wijs
vergeven verleden tijd, deelwoord
vergeven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vergeven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vergeven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergeven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergeven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vergeven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vergeven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vergeven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergeven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergeven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vergevend onvoltooid, deelwoord
waart vergeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vergeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vergeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vergeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vergeven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vergeven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vergeven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vergeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vergeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vergeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vergeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vergeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vergeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vergeven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vergeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vergeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vergeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vergeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vergeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vergeven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal vergeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vergeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vergeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal vergeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vergeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vergeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vergeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vergeven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vergeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vergeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vergeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou vergeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vergeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vergeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vergeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vergeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden vergeven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vergeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vergeven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vergeven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vergeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vergeven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt vergeven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt vergeven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vergeven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen vergeven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen vergeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vergeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vergeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen vergeven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vergeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vergeven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen vergeven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vergeven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen vergeven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult vergeven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult vergeven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergeven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult vergeven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van geven met het voorvoegsel ver-.

Woordfamilie van vergeven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vergaaft aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon vergeven
vergaf verleden tijd vergeven
vergaven aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vergeven
vergeef gebiedende wijs vergeven
vergeeft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vergeven
vergeve aanvoegende wijs vergeven
vergevend onvoltooid deelwoord vergeven
vergevende woordvorm vergeven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vergeven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over vergeven

Hoe spreek ik vergeven uit?
Zo spreek je vergeven uit: /vərˈɡevə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van vergeven?
Vergeven is een werkwoord. De betekenis is: vergiffenis schenken, iemand een kwade of verkeerde daad niet langer toerekenen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik vergeven?
Zo vervoeg je vergeven zo: de tegenwoordige tijd is vergeef, de verleden tijd is vergaf en het voltooid deelwoord is vergeven. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op vergeven?

Op vergeven rijmen 60 woorden, onder andere geven, leven en overgeven. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op vergeven, uitspraak vərˈgevən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
geven 2
leven 2
overgeven 4
achtersteven 4
overleven 4
beleven 3
beven 2
aangeschreven 4
zweven 2
steven 2
weven 2
reven 2
even 2
kleven 2
gegeven 3
streven 2
herleven 3
neven 2
overdreven 4
omgeven 3
zelfstandigheidsstreven 7
sneven 2
halfzeven 4
liefdesleven 4
doorleven 3
aanbodgedreven 5
aaneengeschreven 5
aangebleven 4
aangedreven 4
aangegeven 4
aangewreven 4
afgeschreven 4
alzeleven 4
beneven 3
doorgegeven 4
enquêtegegeven 6
gebleven 3
geschreven 3
handeldreven 4
handelgedreven 5
Nog 20 rijmwoorden
heldenleven 4
klantengegeven 5
klantgegeven 4
klimaatgegeven 5
literatuurgegeven 7
moffenzeven 4
naamgegeven 4
naamsgegeven 4
onderzoeksgegeven 6
onuitgegeven 5
patiëntengegeven 6
patiëntgegeven 5
persoongegeven 5
persoonsgegeven 5
schreven 2
tjeven 2
treven 2
waven 2
zooeven 3
zoëven 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vergeven is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. E 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vergeven levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. G 3
  5. E 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vergeven in het kort

vergeven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van vergeven staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort vergeven bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

vergeven: vergiffenis schenken, iemand een kwade of verkeerde daad niet langer toerekenen
Deel vergeven — standaardnederlands.nl