streven
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈstrevə(n)Betekenis
- een doel willen bereiken
- het willen bereiken van een doel
Hoe spreek je streven uit?
/ˈstrevən/
Streven bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| t | tak |
| r | rood |
| e | veel |
| v | vis |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van streven
strevenhele werkwoord — streefdeverleden tijd enkelvoud — streefdenverleden tijd meervoud — gestreefdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | streef | streefde |
| jij | streeft | streefde |
| hij, zij, het | streeft | streefde |
| wij | streven | streefden |
| jullie | streven | streefden |
| zij | streven | streefden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gestreefd | verleden tijd, deelwoord |
| gestreefd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gestreefd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gestreefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gestreefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gestreefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gestreefd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gestreefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gestreefd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gestreefd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gestreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestreefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gestreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gestreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gestreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gestreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gestreefd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| streef | gebiedende wijs |
| streefde | verleden tijd |
| streve | aanvoegende wijs |
| strevend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gestreefd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te streven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen streven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gestreefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gestreefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gestreefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal streven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal streven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal streven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gestreefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gestreefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gestreefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou streven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou streven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou streven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gestreefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gestreefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gestreefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden streven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden streven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden streven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gestreefd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt streven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gestreefd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gestreefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gestreefd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen streven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen streven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen streven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen streven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gestreefd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult streven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘zich beijveren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1276
Woordfamilie van streven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gestreefd | voltooid deelwoord | streven |
| streef | gebiedende wijs | streven |
| streefde | verleden tijd | streven |
| streefden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | streven |
| streeft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | streven |
| streve | aanvoegende wijs | streven |
| strevend | onvoltooid deelwoord | streven |
| strevende | woordvorm | streven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van streven zijn vastgelegd.