weefgetouw
zelfstandig naamwoord /ˈʋeːf.xəˌtɑu̯/Betekenis
- een werktuig om mee te weven.
Hoe spreek je weefgetouw uit?
/ˈwefxəˌtɑu/
Weefgetouw bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| e | veel |
| f | fiets |
| x | acht |
| ə | de |
| t | tak |
| ɑu | koud |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- een machinaal of met de hand of voet aangedreven apparaat waarin garen tot weefsel wordt geweven door vervlechting van verticale tussen horizontale draden, die schering respectievelijk inslag heten
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weefgetouwen | meervoud |
| weefgetouwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| weefgetouwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘toestel waarmee garen tot weefsel gevlochten wordt’ voor het eerst aangetroffen in 1477.
Woordfamilie van weefgetouw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weefgetouwen | meervoud | weefgetouw |
| weefgetouwtje | verkleinwoord | weefgetouw |
| weefgetouwtjes | verkleinwoord meervoud | weefgetouw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weefgetouw zijn vastgelegd.