weefsel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een dunne geweven stof of textiel
- een groep van gelijkaardige lichaamscellen die dezelfde functie in een levend organisme vervullen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| weefselen | meervoud |
| weefsels | meervoud |
| weefseltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| weefseltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘geweven stof’ voor het eerst aangetroffen in 1477
Woordfamilie van weefsel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| weefselen | meervoud | weefsel |
| weefsels | meervoud | weefsel |
| weefseltje | verkleinwoord | weefsel |
| weefseltjes | verkleinwoord meervoud | weefsel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van weefsel zijn vastgelegd.