voldongen
bijvoeglijk naamwoord, werkwoordBetekenis
- uitgemaakt, beslist, vooral in de combinatie dat is een voldongen feit
bijvoeglijk naamwoord
- uitgemaakt, beslist, vooral in de combinatie 'dat is een voldongen feit'
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| voldongens | partitief, stellende trap |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van voldingen
- voltooid deelwoord van voldingen
Vervoeging van voldongen
voldongenhele werkwoord
Herkomst
*vervoeging van voldingen: de stam met de uitgang -en, zonder ge- vanwege voorvoegsel (is gelijk aan de onbepaalde wijs) maar met een klinkerwisseling i-o (IPAː /ɪ/ - /ɔ/)
Woordfamilie van voldongen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| voldongens | partitive, positive | voldongen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van voldongen zijn vastgelegd.