smak
zelfstandig naamwoord, tussenwerpsel, werkwoord smɑkBetekenis
- 2 etymologiebank.nl (scheepstype)
- een val eindigend in een luide plof.
- ploppend, met de mond voortgebracht geluid
- klapzoen
Hoe spreek je smak uit?
/smɑk/
Smak bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| k | kat |
zelfstandig naamwoord — masculine
- val eindigend in een luide plof.
- stevige zoen, die een ploppend geluid kan maken informal
- grote hoeveelheid informal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| smakje | verkleinwoord |
| smakjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| smakken | enkelvoud |
tussenwerpsel
- geluid van gretig eten
Verbuiging en vervoeging (tussenwerpsel)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] smak | canonical |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smakken
- gebiedende wijs van smakken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smakken
Vervoeging van smak
smakhele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] smak | canonical |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- vaartuig zonder onderra dat zich met de kustvaart en visvangst bezig hield historical
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| smakje | verkleinwoord |
| smakjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| smakken | enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- gedroogde en tot poeder gemalen bladeren en loten van de mediterrane heester Rhus coriaria en verwante planten, gebruikt bij het bewerken van leer no-plural
- benaming voor planten uit het geslacht Rhusof stof daarvan) no-plural
Woordfamilie van smak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| smakje | verkleinwoord | smak |
| smakjes | verkleinwoord | smak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smak zijn vastgelegd.