barak
zelfstandig naamwoord baˈrɑkBetekenis
- tijdelijk onderkomen voor een groep soldaten of andere personen
- veel
Hoe spreek je barak uit?
/baˈrɑk/
Barak bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| barakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| barakjes | verkleinwoord, meervoud |
| barakken | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘eenvoudig gebouw’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1673
Woordfamilie van barak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| barakje | verkleinwoord | barak |
| barakjes | verkleinwoord meervoud | barak |
| barakken | meervoud | barak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van barak zijn vastgelegd.