binnenzak
zelfstandig naamwoord ˈbɪnə(n)ˌzɑkBetekenis
- een zak aan de binnenkant van een kledingstuk
Hoe spreek je binnenzak uit?
/ˈbɪnənˌzɑk/
Binnenzak bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| ə | de |
| z | zon |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| binnenzakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| binnenzakjes | verkleinwoord, meervoud |
| binnenzakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van binnen en zak
Woordfamilie van binnenzak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| binnenzakje | verkleinwoord | binnenzak |
| binnenzakjes | verkleinwoord meervoud | binnenzak |
| binnenzakken | meervoud | binnenzak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van binnenzak zijn vastgelegd.