smakken
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsmɑkə(n)Betekenis
- smijten, krachtig neergooien
- neervallen zonder dat de val gebroken wordt
- een klappend geluid met de mond maken bij gretig eten of zoenen
Hoe spreek je smakken uit?
/ˈsmɑkən/
Smakken bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van smakken
smakkenhele werkwoord — smakteverleden tijd enkelvoud — smaktenverleden tijd meervoud — gesmaktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | smak | smakte |
| jij | smakt | smakte |
| hij, zij, het | smakt | smakte |
| wij | smakken | smakten |
| jullie | smakken | smakten |
| zij | smakken | smakten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gesmakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gesmakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gesmakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gesmakt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gesmakt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gesmakt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gesmakt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gesmakt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gesmakt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gesmakt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gesmakt | verleden tijd, deelwoord |
| gesmakt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesmakt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gesmakt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesmakt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesmakt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gesmakt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesmakt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gesmakt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesmakt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gesmakt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gesmakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gesmakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gesmakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gesmakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gesmakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gesmakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gesmakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gesmakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesmakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gesmakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gesmakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gesmakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gesmakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesmakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gesmakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gesmakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gesmakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| smak | gebiedende wijs |
| smakke | aanvoegende wijs |
| smakkend | onvoltooid, deelwoord |
| smakte | verleden tijd |
| te hebben gesmakt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te smakken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen smakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gesmakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesmakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gesmakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gesmakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gesmakt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gesmakt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gesmakt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gesmakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gesmakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gesmakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gesmakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gesmakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gesmakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gesmakt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gesmakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gesmakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gesmakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gesmakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gesmakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gesmakt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gesmakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesmakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gesmakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gesmakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesmakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gesmakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gesmakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal smakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal smakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal smakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gesmakt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gesmakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gesmakt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gesmakt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gesmakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesmakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesmakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gesmakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesmakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gesmakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesmakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gesmakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gesmakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou smakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou smakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou smakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gesmakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesmakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesmakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesmakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gesmakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gesmakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gesmakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gesmakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gesmakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden smakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden smakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden smakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gesmakt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesmakt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gesmakt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt smakken | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gesmakt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesmakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesmakt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesmakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gesmakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gesmakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gesmakt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gesmakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gesmakt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen smakken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen smakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen smakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen smakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gesmakt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesmakt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gesmakt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult smakken | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord smak
Herkomst
In de betekenis van ‘klappend geluid met lippen maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1624
Woordfamilie van smakken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gesmakt | voltooid deelwoord | smakken |
| gesmakte | woordvorm | smakken |
| smakke | aanvoegende wijs | smakken |
| smakkend | onvoltooid deelwoord | smakken |
| smakkende | woordvorm | smakken |
| smakt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | smakken |
| smakte | verleden tijd | smakken |
| smakten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | smakken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smakken zijn vastgelegd.