krak
tussenwerpsel, zelfstandig naamwoord, werkwoord krɑkBetekenis
- geluid wat ontstaat als iets breekt
- een kort scherp geluid zoals men o.a. hoort wanneer sommige voorwerpen breken of dreigen te breken
Hoe spreek je krak uit?
/krɑk/
Krak bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| ɑ | bad |
tussenwerpsel
- weergave van het korte scherpe geluid zoals men hoort wanneer stijve voorwerpen breken of dreigen te breken
Verbuiging en vervoeging (tussenwerpsel)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] krak | canonical |
zelfstandig naamwoord — masculine
- kort scherp geluid zoals men hoort wanneer stijve voorwerpen breken of dreigen te breken
- gaffelvormige stut
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krakken
- gebiedende wijs van krakken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van krakken
Vervoeging van krak
krakhele werkwoord
Woordfamilie van krak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| krakje | woordvorm | krak |
| krakjes | meervoud | krak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krak zijn vastgelegd.