rak
zelfstandig naamwoord rɑkBetekenis
- rek, bergplaats
- recht stuk vaarwater (ook in namen als Damrak en Skagerrak)
- rek, plank, bergplaats
- recht, rechtstreeks
- wrakgoed
- kaarsenpit
- recht
Hoe spreek je rak uit?
/rɑk/
Rak bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɑ | bad |
| k | kat |
zelfstandig naamwoord — neuter
- latwerk om als bergplaats te gebruiken obsolete
- recht stuk vaarwater
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rakjes | verkleinwoord, meervoud |
| rakken | meervoud |
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands rac / rec van Oudnederlands raka / rek, in de betekenis van ‘vaarwater’ aangetroffen vanaf 788
Woordfamilie van rak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rakje | verkleinwoord | rak |
| rakjes | verkleinwoord meervoud | rak |
| rakken | meervoud | rak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rak zijn vastgelegd.