Naar de inhoud

smaden

met hoon en spot overladen

smaden is meer dan één woord

smaden

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. met hoon en spot overladen
  2. tweede betekenisomschrijving
  3. enz.

Vervoeging van smaden

smadenhele werkwoord — smaaddeverleden tijd enkelvoud — smaaddenverleden tijd meervoud — gesmaadvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik smaad smaadde
jij smaadt smaadde
hij, zij, het smaadt smaadde
wij smaden smaadden
jullie smaden smaadden
zij smaden smaadden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesmaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesmaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesmaad impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesmaad impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesmaad impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesmaad impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesmaad worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesmaad zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesmaad worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesmaad zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesmaad verleden tijd, deelwoord
gesmaad te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesmaad te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesmaad te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmaad te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmaad te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesmaad worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesmaad zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesmaad zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesmaad zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesmaad zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesmaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesmaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesmaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesmaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesmaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesmaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesmaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesmaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesmaad actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesmaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesmaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesmaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesmaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesmaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesmaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesmaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesmaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
smaad gebiedende wijs
smaadde verleden tijd
smade aanvoegende wijs
smadend onvoltooid, deelwoord
te hebben gesmaad actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te smaden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen smaden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesmaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesmaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesmaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesmaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesmaad voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesmaad voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesmaad voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesmaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesmaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesmaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesmaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesmaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesmaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesmaad enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesmaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesmaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesmaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesmaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesmaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesmaad enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesmaad hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesmaad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesmaad hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesmaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesmaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesmaad zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesmaad zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal smaden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal smaden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal smaden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesmaad voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesmaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesmaad voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesmaad voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesmaad hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesmaad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesmaad hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesmaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesmaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesmaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesmaad zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesmaad zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesmaad zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou smaden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou smaden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou smaden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesmaad hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesmaad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesmaad hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesmaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesmaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesmaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesmaad zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesmaad zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesmaad zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden smaden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden smaden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden smaden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesmaad hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesmaad worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesmaad zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt smaden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesmaad hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesmaad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesmaad hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesmaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesmaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesmaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesmaad zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesmaad zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesmaad zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen smaden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen smaden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen smaden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen smaden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesmaad hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesmaad worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesmaad zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult smaden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord smaad

Woordfamilie van smaden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesmaad voltooid deelwoord smaden
gesmade woordvorm smaden
smaadde verleden tijd smaden
smaadden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon smaden
smaadt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon smaden
smade aanvoegende wijs smaden
smadend onvoltooid deelwoord smaden
smadende woordvorm smaden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van smaden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over smaden

Wat is de betekenis van smaden?
Smaden is een werkwoord. De betekenis is: met hoon en spot overladen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik smaden?
Zo vervoeg je smaden zo: de tegenwoordige tijd is smaad, de verleden tijd is smaadde en het voltooid deelwoord is gesmaad. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord smaden is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. M 3
  3. A 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

smaden levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. M 3
  3. A 1
  4. D 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

smaden telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

smaden in het kort

smaden is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van smaden staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort smaden bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

smaden: met hoon en spot overladen
Deel smaden — standaardnederlands.nl