schede
zelfstandig naamwoord ˈsxedəBetekenis
- een houder waarin men een zwaard of mes kan steken
- opening van de vrouwelijke geslachtsorganen
Hoe spreek je schede uit?
/ˈsxedə/
Schede bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| e | veel |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- houder waarin men een zwaard of mes kan steken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| scheden | meervoud |
| schedes | meervoud |
| schedetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schedetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands scheide, in de betekenis van ‘omhulsel’ aangetroffen vanaf 1240, in de overdrachtelijke betekenis (2) aangetroffen vanaf de 17e eeuw
Woordfamilie van schede
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| scheden | meervoud | schede |
| schedes | meervoud | schede |
| schedetje | verkleinwoord | schede |
| schedetjes | verkleinwoord meervoud | schede |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schede zijn vastgelegd.