rijstpapier
zelfstandig naamwoord ˈrɛis(t)pɑˌpirBetekenis
- papier met het aanzien van rijst: zilvergrijs
Hoe spreek je rijstpapier uit?
/ˈrɛistpɑˌpir/
Rijstpapier bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɛi | trein |
| s | sok |
| t | tak |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rijstpapieren | meervoud |
| rijstpapiertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rijstpapiertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van rijst zn en papier zn
Woordfamilie van rijstpapier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rijstpapieren | meervoud | rijstpapier |
| rijstpapiertje | verkleinwoord | rijstpapier |
| rijstpapiertjes | verkleinwoord meervoud | rijstpapier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijstpapier zijn vastgelegd.