ruitjespapier
zelfstandig naamwoord ˈrœycəspɑˌpirBetekenis
- papier waarop vierkante vakjes in een rasterpatroon zijn afgedrukt, vaak met het formaat van de hokjes van 5 bij 5 millimeter of een centimeter bij een centimeter
Hoe spreek je ruitjespapier uit?
/ˈrœycəspɑˌpir/
Ruitjespapier bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| œy | huis |
| c | tientje |
| ə | de |
| s | sok |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ruitjespapieren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van ruitje zn en papier zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van ruitjespapier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ruitjespapieren | meervoud | ruitjespapier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ruitjespapier zijn vastgelegd.