foerier
zelfstandig naamwoord fuˈrirBetekenis
- een onderofficier die de taak heeft om de uitrusting, met name de uniformen, te verdelen en de voorraden te bewaren
Hoe spreek je foerier uit?
/fuˈrir/
Foerier bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| u | boek |
| r | rood |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| foeriers | meervoud |
| foeriertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| foeriertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bevoorradingsonderofficier’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1594
Woordfamilie van foerier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| foeriers | meervoud | foerier |
| foeriertje | verkleinwoord | foerier |
| foeriertjes | verkleinwoord meervoud | foerier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van foerier zijn vastgelegd.