vizier
zelfstandig naamwoord viˈzirBetekenis
- een richttoestel op de loop van een vuurwapen
- klep aan een hoofddeksel of opening in een helm waar men doorheen kan kijken
- in het vizier hebben: je richten op een haalbaar doel, (van personen) als doelwit (van een aanval, acquisitie, kritiek, wantrouwen, e.d.) nemen
- )
Hoe spreek je vizier uit?
/viˈzir/
Vizier bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| i | riet |
| z | zon |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- richttoestel op de loop van een vuurwapen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [1] visier | |
| [2] visiere | |
| vizieren | meervoud |
| viziertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| viziertjes | verkleinwoord, meervoud |
zelfstandig naamwoord — masculine
- minister of hoog staatsdienaar, rechterhand onder een Oosters heerser zoals een sultan (meestal voorafgegaan door primo, groot, eerst)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| viziers | meervoud |
| viziertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| viziertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordfamilie van vizier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vizieren | meervoud | vizier |
| viziers | meervoud | vizier |
| viziertje | verkleinwoord | vizier |
| viziertjes | verkleinwoord meervoud | vizier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vizier zijn vastgelegd.