waardepapier
zelfstandig naamwoord ˈwardəpɑˌpirBetekenis
- document met geldswaarde, zoals bankbiljetten, cheques, fondsen, effecten, handelspapieren enz.
Hoe spreek je waardepapier uit?
/ˈwardəpɑˌpir/
Waardepapier bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| a | maan |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| waardepapieren | meervoud |
| waardepapiertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| waardepapiertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘papier met geldswaarde’ voor het eerst aangetroffen in 1920.
Woordfamilie van waardepapier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| waardepapieren | meervoud | waardepapier |
| waardepapiertje | verkleinwoord | waardepapier |
| waardepapiertjes | verkleinwoord meervoud | waardepapier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waardepapier zijn vastgelegd.