bier
zelfstandig naamwoord birBetekenis
- alcoholische drank die bereid is uit gefermenteerde mout met toevoeging van hop en kruiden
- feestelijk onthaal, waarbij over het algemeen bier 1 gedronken wordt
- bes; kleine vrucht
Hoe spreek je bier uit?
/bir/
Bier bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| i | riet |
| r | rood |
zelfstandig naamwoord — neuter
- feestelijk onthaal, waarbij over het algemeen bier [1] gedronken wordt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bieren | meervoud |
| biertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| biertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
in het Middelnederlands, in de betekenis van ‘alcoholhoudende drank’ voor het eerst aangetroffen in 1240, van Germaans *beura of *beuza De verdere etymologie is onzeker: mogelijk Indo-Europees: *b(e)u-, *bh(e)u- "opblazen, groeien, zwellen", of via bēor, bior uit *breor van het Angelsaksisch bréowan "brouwen"
Woordfamilie van bier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bieren | meervoud | bier |
| biertje | verkleinwoord | bier |
| biertjes | verkleinwoord meervoud | bier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bier zijn vastgelegd.