rijstrook
zelfstandig naamwoordBetekenis
- met strepen gemarkeerd onderdeel van een rijbaan dat breed genoeg is voor motorvoertuigen op meer dan 2 wielen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| rijstroken | meervoud |
| rijstrookje | verkleinwoord, enkelvoud |
| rijstrookjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van rij ww en strook
Woordfamilie van rijstrook
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| rijstroken | meervoud | rijstrook |
| rijstrookje | verkleinwoord | rijstrook |
| rijstrookjes | verkleinwoord meervoud | rijstrook |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rijstrook zijn vastgelegd.