brevier
zelfstandig naamwoord, werkwoord brə'virBetekenis
- katholiek gebedenboek opgeplitst in vier delen, voor elk jaargetijde één
Hoe spreek je brevier uit?
/brəˈvir/
Brevier bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| r | rood |
| ə | de |
| v | vis |
| i | riet |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- katholiek gebedenboek opgesplitst in vier delen, voor elk jaargetijde één
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| brevieren | meervoud |
| breviertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| breviertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brevieren
- gebiedende wijs van brevieren
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brevieren
Vervoeging van brevier
brevierhele werkwoord
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘gebedenboek’ voor het eerst aangetroffen in 1461
Woordfamilie van brevier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| breviertje | verkleinwoord | brevier |
| breviertjes | verkleinwoord meervoud | brevier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van brevier zijn vastgelegd.