Naar de inhoud

jammeren

klagende, huilende geluiden maken

jammeren is meer dan één woord

jammeren

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. klagende, huilende geluiden maken

Vervoeging van jammeren

jammerenhele werkwoord — jammerdeverleden tijd enkelvoud — jammerdenverleden tijd meervoud — gejammerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jammer jammerde
jij jammert jammerde
hij, zij, het jammert jammerde
wij jammeren jammerden
jullie jammeren jammerden
zij jammeren jammerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gejammerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gejammerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gejammerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gejammerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gejammerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gejammerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gejammerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gejammerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gejammerd verleden tijd, deelwoord
gejammerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejammerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gejammerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gejammerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gejammerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gejammerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gejammerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gejammerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gejammerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gejammerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejammerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gejammerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejammerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gejammerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gejammerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejammerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejammerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
jammer gebiedende wijs
jammerde verleden tijd
jammere aanvoegende wijs
jammerend onvoltooid, deelwoord
te hebben gejammerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te jammeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen jammeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gejammerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejammerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gejammerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal jammeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal jammeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal jammeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gejammerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejammerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejammerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou jammeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou jammeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou jammeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gejammerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejammerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejammerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden jammeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden jammeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden jammeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gejammerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt jammeren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gejammerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejammerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejammerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen jammeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen jammeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen jammeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen jammeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gejammerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult jammeren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord jammer

Woordfamilie van jammeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gejammerd voltooid deelwoord jammeren
jammerde verleden tijd jammeren
jammerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon jammeren
jammerend onvoltooid deelwoord jammeren
jammerende woordvorm jammeren
jammert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon jammeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jammeren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over jammeren

Wat betekent jammeren?
Jammeren is een werkwoord. Het woord betekent: klagende, huilende geluiden maken.
Hoe vervoeg je jammeren?
Je vervoegt jammeren als volgt: de tegenwoordige tijd is jammer, de verleden tijd is jammerde en het voltooid deelwoord is gejammerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord jammeren is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. J 4
  2. A 1
  3. M 3
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

jammeren levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. J 4
  2. A 1
  3. M 3
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

jammeren in het kort

jammeren is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van jammeren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort jammeren bij een woordfamilie van 6 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

jammeren: klagende, huilende geluiden maken
Deel jammeren — standaardnederlands.nl