kat
zelfstandig naamwoord, werkwoord kɑtBetekenis
- het symbool voor katal, een eenheid voor katalytische activiteit
- tot de katachtigen behorende soort die tam is geworden
- gebruikt als naam voor een geslacht van vleesetende dieren, zoals de tijgers en leeuwen
- een grote pluizige windprotectiehoes voor microfoons
- een vals meisje
- bitse terechtwijzing
- katanker, een kleiner anker dat tot versterking van een groter anker uitgeworpen wordt
- qat (plant)
- scheut, spruit
- (slang) een aantrekkelijke vrouw
- beul, scherprechter; de uitvoerder van executies
- popravčí
- jij
Hoe spreek je kat uit?
/kɑt/
Kat bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als qat.
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaald soort zoogdier, Felis sylvestris catus, tot de katachtigen behorende soort die tam is geworden
- zoogdier dat behoort tot een geslacht van vleesetende dieren, zoals de tijgers en leeuwen
- grote pluizige windprotectiehoes voor microfoons informal
- meisje dat zich vals gedraagt figuratively
- kleiner anker dat tot versterking van een groter anker uitgeworpen wordt clipping
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| katje | verkleinwoord, enkelvoud |
| katjes | verkleinwoord, meervoud |
| katten | meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van katten
- gebiedende wijs van katten
Vervoeging van kat
kathele werkwoord
Herkomst
erfwoord via Middelnederlands catte van Oudnederlands katta, in de betekenis van ‘katachtige’ aangetroffen vanaf 1165 (cognaat met, maar niet ontleend aan Latijn cattus)
Woordfamilie van kat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| katjes | verkleinwoord meervoud | kat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kat zijn vastgelegd.