mat
zelfstandig naamwoord, werkwoord, bijvoeglijk naamwoord mɑtBetekenis
- vlechtwerk of stug weefsel dat als afscherming of als beschermlaag voor een oppervlak dient
- meestal rechthoekig stuk vloerbekleding
- oude munt
- (weinig gebruikt:) weide of voetbalveld
- niet glanzend, dof
- zich in het schaakspel een verloren stand bevindend, waarin de koning in de volgende zet geslagen kan worden
- niet al te vrolijke stemming, vermoeid, down
- situatie in het schaakspel waarin de koning het schaak niet meer kan ontlopen en het spel hierdoor tevens afgelopen is
- skaakmat
- goed
- de zet van schaakmat
- het matte, doffe gedeelte
- zijnde schaakmat
- mat, dof, ongepolijst
- kleurloos
- grijsachtig
- met
- eten, voedsel
- korporaal
- doorschijnend, maar niet doorzichtig
- matný, matový
- matovaný, matový
- lesklý
- průhledný
- volledig, compleet
- mede, honingwijn, mee; licht alcoholische drank vervaardigd van honing
Hoe spreek je mat uit?
/mɑt/
Mat bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| matje | verkleinwoord |
| matjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| matten | enkelvoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van matten
- gebiedende wijs van matten
Vervoeging van mat
mathele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] mat | canonical |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- klonter geronnen melk die niet meer geschikt is om kaas van te maken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [D] mat | canonical |
bijvoeglijk naamwoord
- door een uitgeput gevoel in een terneergeslagen stemming
- niet glanzend, geen licht weerkaatsend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [E] mat | canonical |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van matten
- gebiedende wijs van matten
Vervoeging van mat
mathele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [D] mat | canonical |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- gehalte aan zuiver goud historical
zelfstandig naamwoord
- terrein waarop een wedstrijd in een veldsport wordt gespeeld
- weide, gemaaid stuk grasland obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van meten
Vervoeging van mat
mathele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [G] mat | canonical |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- liggende balk met een tiental uithollingen waarin koffiebessen met houten stampers werden gestampt om de koffiebonen eruit te kunnen halen historical
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| matten | enkelvoud |
Woordfamilie van mat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| matjes | verkleinwoord | mat |
| matter | woordvorm | mat |
| matters | woordvorm | mat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mat zijn vastgelegd.