jachtluipaard
zelfstandig naamwoord ˈjaxtlœypartBetekenis
- een zeer snel Afrikaans katachtig roofdier
Hoe spreek je jachtluipaard uit?
/ˈjaxtlœypart/
Jachtluipaard bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| a | maan |
| x | acht |
| t | tak |
| l | land |
| œy | huis |
| p | pak |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine, neuter
- zeer snel, betrekkelijk groot Afrikaans katachtig roofdier, Acinonyx jubatus, gekenmerkt door een lange staart, geelachtige huid met donkere vlekken, lange poten met niet-intrekbare klauwen en een kleine kop met een eigenaardige zwarte traanstreep van ooghoek naar mondhoek
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jachtluipaarden | meervoud |
| jachtluipaardje | verkleinwoord, enkelvoud |
| jachtluipaardjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van jacht zn en luipaard zn
Woordfamilie van jachtluipaard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jachtluipaarden | meervoud | jachtluipaard |
| jachtluipaardje | verkleinwoord | jachtluipaard |
| jachtluipaardjes | verkleinwoord meervoud | jachtluipaard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jachtluipaard zijn vastgelegd.