blad
zelfstandig naamwoord blɑtBetekenis
- plat, groen onderdeel van planten dat groeit aan een tak
- vel papier
- een tijdschrift
- een plat voorwerp om glazen of kopjes op te dragen, dienblad
- blad
- blad (onderdeel van een plant, loof)
- blad (een ander onderdeel van een plant, b.v. een bloemblad, een blad van een slakrop)
- blad (papier)
- iets dat plat en dun is als een blad (b.v. een zaagblad, een schouderblad, bladgoud)
- blad (tijdschrift, krant)
- een doorslaande tong
- blad (onderdeel van een plant)
- iets dat plat en dun is als een blad (b.v. een zaagblad, een schouderblad)
Hoe spreek je blad uit?
/blɑt/
Blad bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| l | land |
| ɑ | bad |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (blaadje) | verkleinwoord |
| (blaadjes) | verkleinwoord, enkelvoud |
| blaadje | verkleinwoord |
| blaadjes, (bladertjes) | verkleinwoord, enkelvoud |
| bladen | enkelvoud |
| bladeren | enkelvoud |
| blaren | enkelvoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘orgaan aan takken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van blad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| blaadje | verkleinwoord | blad |
| blaadjes | meervoud | blad |
| bladen | enkelvoud | blad |
| bladertjes | meervoud | blad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van blad zijn vastgelegd.