dat
voegwoord, betrekkelijk voornaamwoord, aanwijzend voornaamwoord, zelfstandig naamwoord dɑtBetekenis
- een voegwoord dat een lijdend-voorwerpszin inluidt
- een voegwoord dat een onderwerpszin inluidt
- beperkend in een bijzin die het nog niet geheel bekende antecedent nader bepaalt
- wijst iets aan dat zich in een afstand van de spreker bevindt en onzijdig is (bij een mannelijk of vrouwelijk zelfstandig naamwoord gebruiken we die)
- digital audio tape, een digitale geluidsband
- van het bepaald lidwoord: het
- het, 't
- wijst iets aan dat zich in een afstand van de spreker bevindt en onzijdig is
- 1e persoon inclusief meervoud: wij, een vrij grote groep, jij of jullie inbegrepen
Hoe spreek je dat uit?
/dɑt/
Dat bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɑ | bad |
| t | tak |
aanwijzend voornaamwoord — demonstrative
- wijst iets aan dat zich in een afstand van de spreker bevindt en onzijdig is (bij een mannelijk of vrouwelijk zelfstandig naamwoord wordt hiervoor die gebruikt)
- gebruikt in plaats van het aanwijzend voornaamwoord die, om op een zeer onvriendelijke manier naar iemand te verwijzen pejorative
Herkomst
In de betekenis van ‘aanwijzend voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in 901