schoepenrad
zelfstandig naamwoord ˈsxupə(n)ˌrɑtBetekenis
- breed wiel met dwars op de buitenrand geplaatste vlakken
- breed wiel met dwars op de buitenrand geplaatste bakken
- waarbij de bakken aan de bovenkant van het wiel door de bovenstroom worden gevuld, door hun gewicht omlaag zakken, leeglopen in de benedenstroom en dan door het gewicht van de volle bakken weer omhoog draaien
- constructie van bladen rond een as in een turbomachine
Hoe spreek je schoepenrad uit?
/ˈsxupənˌrɑt/
Schoepenrad bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| u | boek |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schoepenraderen | meervoud |
| schoepenradje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schoepenradjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van schoep zn en rad zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van schoepenrad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schoepenraderen | meervoud | schoepenrad |
| schoepenradje | verkleinwoord | schoepenrad |
| schoepenradjes | verkleinwoord meervoud | schoepenrad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schoepenrad zijn vastgelegd.