pad
zelfstandig naamwoord pɑtBetekenis
- een kikker met een gedrongen lichaamsbouw en ruwe huid die een orgaan van Bidder bezit
- vuurbuik- en knoflookpadden die veel op 1 gelijken
- een smalle weg of voetweg
- weg of traject in algemene zin, de manier waarop iets bereikt of verwezenlijkt wordt of zou kunnen worden
- deel van een fietsframe, aan het uiteinde van de voor- of achtervork, waaraan de wielas wordt bevestigd
- een bevestigingspunt aan een wagenas waaraan de (schokbreker van de) koets of laadbak wordt bevestigd
- koffiepad, een klein kussentje gevuld met gemalen koffie waarmee met in een daarvoor geschikt koffiezetapparaat een kleine hoeveelheid koffie kan zetten.
- een platte computer die vrijwel alleen bestaat uit een aanraakbaar beeldscherm
- weg
- blocnote, schrijfblok
- platform
- stootkussen
- muismat
- opvullen
Hoe spreek je pad uit?
/pɑt/
Pad bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| ɑ | bad |
| t | tak |
Klinkt hetzelfde als pat.
zelfstandig naamwoord
- Bufonidae kikker met een gedrongen lichaamsbouw en ruwe huid die een orgaan van Bidder bezit
- Bombinatoridae en Pelobatidae vuurbuik- en knoflookpadden die veel op [1] lijken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| padden | meervoud |
| padje | verkleinwoord, enkelvoud |
| padjes | verkleinwoord, meervoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| paadje | verkleinwoord |
| paadjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| paden | enkelvoud |
| padje | verkleinwoord |
| padjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| padden | enkelvoud |
| padje | verkleinwoord |
| padjes | verkleinwoord, enkelvoud |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [D] | canonical |
| padje | verkleinwoord |
| padjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| pads | enkelvoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘weg’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van pad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| paadje | verkleinwoord | pad |
| paadjes | verkleinwoord | pad |
| paden | enkelvoud | pad |
| padje | verkleinwoord | pad |
| padjes | verkleinwoord meervoud | pad |
| pads | enkelvoud | pad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pad zijn vastgelegd.