krat
zelfstandig naamwoord krɑtBetekenis
- houten of plastic doos met openingen in de zijkanten in een standaardformaat, vaak gebruikt voor opslag en het vervoer van flessen, fruit of andere waren
Hoe spreek je krat uit?
/krɑt/
Krat bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kratje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kratjes | verkleinwoord, meervoud |
| kratten | meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands cratte "vlechtwerk, tenen mat of korf"; in de betekenis van ‘kist van open latwerk’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1911
Woordfamilie van krat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kratje | verkleinwoord | krat |
| kratjes | verkleinwoord meervoud | krat |
| kratten | meervoud | krat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krat zijn vastgelegd.