kasuaris
zelfstandig naamwoord ˌkazyˈwarɪsBetekenis
- een grote loopvogel afkomstig uit de tropische regenwouden van Nieuw-Guinea en Australië.
Hoe spreek je kasuaris uit?
/ˌkazyˈwarɪs/
Kasuaris bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| z | zon |
| y | fuut |
| w | quiz |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor vogels uit het geslacht Casuarius, grote vogels afkomstig uit de tropische regenwouden van Nieuw-Guinea en Australië
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kasuarisje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kasuarisjes | verkleinwoord, meervoud |
| kasuarissen | meervoud |
Herkomst
van Indonesisch kasuari, in de betekenis van ‘loopvogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1763
Woordfamilie van kasuaris
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kasuarisje | verkleinwoord | kasuaris |
| kasuarisjes | verkleinwoord meervoud | kasuaris |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kasuaris zijn vastgelegd.