lat
zelfstandig naamwoord, werkwoord /lɑt/Betekenis
- een lang stuk geschaafd hout van beperkte dikte
- verkorting van latrelatie: een liefdesrelatie waarbij twee minnaars een in hoofdzaak monogame relatie hebben en ervoor kiezen geen gezamenlijke huishouding te voeren, maar apart te blijven wonen heeft
- laat
- (te) laat zijn
- lui
Hoe spreek je lat uit?
/lɑt/
Lat bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɑ | bad |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| latje | verkleinwoord, eerste persoon |
| latjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| latten | enkelvoud |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van latten
- gebiedende wijs van latten
Vervoeging van lat
lathele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘lang stuk hout’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van lat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| latje | verkleinwoord, 1e persoon | lat |
| latjes | verkleinwoord | lat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lat zijn vastgelegd.