flat
zelfstandig naamwoord /flɑt/Betekenis
- gebouw met een aantal woonlagen (etages)
- woning in zo'n flatgebouw
- mol.
Hoe spreek je flat uit?
/flɑt/
Flat bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| l | land |
| ɑ | bad |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — masculine
- gebouw met een aantal opeengestapelde woonlagen (etages zn)
- woning in het bij [1] beschreven flatgebouw
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| flatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| flatjes | verkleinwoord, meervoud |
| flats | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘gebouw met woningen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1931
Woordfamilie van flat
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| flatje | verkleinwoord | flat |
| flatjes | verkleinwoord meervoud | flat |
| flats | meervoud | flat |
| flatten | meervoud | flat |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van flat zijn vastgelegd.