overpad
zelfstandig naamwoord ˈovərˌpɑtBetekenis
- pad dat gaat over het bezit van iemand anders
- recht van overpad: het recht om gebruik te maken van de grond van iemand anders
- gelijkvloerse kruising tussen een pad en een spoorweg
Hoe spreek je overpad uit?
/ˈovərˌpɑt/
Overpad bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — neuter
- route naar een terrein die over grond van een ander loopt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overpaden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van over bw en pad zn
Woordfamilie van overpad
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overpaden | meervoud | overpad |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overpad zijn vastgelegd.