Naar de inhoud

katten

kattige opmerkingen maken

katten is meer dan één woord

katten

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈkɑtə(n)

Betekenis

  1. kattige opmerkingen maken

Hoe spreek je katten uit?

/ˈkɑtən/

Katten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈkɑtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
ɑ bad
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van katten

kattenhele werkwoord — katteverleden tijd enkelvoud — gekatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kat katte
jij kat katte
hij, zij, het kat katte
wij katten —
jullie katten —
zij katten —
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gekat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekat verleden tijd, deelwoord
gekat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kat gebiedende wijs
katte verleden tijd
katte aanvoegende wijs
kattend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te katten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen katten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal katten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal katten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal katten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou katten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou katten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou katten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden katten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden katten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden katten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt katten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen katten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen katten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen katten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen katten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult katten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van katten

Vervoeging van katten

kattenhele werkwoord — katteverleden tijd enkelvoud — gekatvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kat katte
jij kat katte
hij, zij, het kat katte
wij katten —
jullie katten —
zij katten —
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gekat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gekat impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gekat impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gekat impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gekat worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gekat zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gekat worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gekat zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gekat verleden tijd, deelwoord
gekat te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gekat zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gekat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gekat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gekat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gekat voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gekat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gekat voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gekat voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gekat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gekat voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gekat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gekat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gekat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekat voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gekat voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kat gebiedende wijs
katte verleden tijd
katte aanvoegende wijs
kattend onvoltooid, deelwoord
te hebben gekat actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te katten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen katten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gekat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gekat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gekat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal katten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal katten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal katten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gekat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gekat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gekat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou katten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou katten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou katten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gekat hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gekat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gekat hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden katten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden katten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden katten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gekat hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt katten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gekat hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gekat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gekat hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen katten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen katten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen katten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen katten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gekat hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult katten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord kat

Herkomst

In de betekenis van ‘berispen’ voor het eerst aangetroffen in 1979

Woordfamilie van katten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gekat voltooid deelwoord katten
katte verleden tijd katten
kattend onvoltooid deelwoord katten
kattende woordvorm katten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van katten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over katten

Hoe spreek je katten uit?
De uitspraak van katten is: /ˈkɑtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent katten?
Katten is een werkwoord. Het woord betekent: kattige opmerkingen maken.
Hoe vervoeg je katten?
Je vervoegt katten als volgt: de tegenwoordige tijd is kat, de verleden tijd is katte en het voltooid deelwoord is gekat. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op katten?

Op katten rijmen 15 woorden, onder andere vatten, schatten en bevatten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op katten, uitspraak ˈkɑtən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vatten 2
schatten 2
bevatten 3
jatten 2
ratten 2
spatten 2
onderschatten 4
natten 2
kuierlatten 4
atten 2
kokosmatten 4
kravatten 3
massematten 4
reuzenratten 4
sjabbatten 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord katten is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. A 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

katten levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. A 1
  3. T 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 zonder bonus
  8. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

katten telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

katten in het kort

katten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van katten zijn 37 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort katten bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

katten: kattige opmerkingen maken
Deel katten — standaardnederlands.nl