geding
zelfstandig naamwoord ɣəˈdɪŋBetekenis
- rechtsgeding, rechtszaak|-zaak, proces
- een rechtbank bij verschillende Germaanse stammen en koninkrijken
Hoe spreek je geding uit?
/xəˈdɪŋ/
Geding bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ə | de |
| d | dak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — neuter
- rechtsgeding, -zaak, proces
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gedingen | meervoud |
| gedingetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gedingetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘rechtszaak’ voor het eerst aangetroffen in 1237.
Woordfamilie van geding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gedingen | meervoud | geding |
| gedingetje | verkleinwoord | geding |
| gedingetjes | verkleinwoord meervoud | geding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van geding zijn vastgelegd.