dingen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈdɪŋə(n)Betekenis
- ~ naar: een poging doen iets te verkrijgen, met name een ambt of een bruid
Hoe spreek je dingen uit?
/ˈdɪŋən/
Dingen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van dingen
dingenhele werkwoord — dongverleden tijd enkelvoud — dongenverleden tijd meervoud — gedongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ding | dong |
| jij | dingt | dong |
| hij, zij, het | dingt | dong |
| wij | dingen | dongen |
| jullie | dingen | dongen |
| zij | dingen | dongen |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ding | gebiedende wijs |
| dinge | aanvoegende wijs |
| dingend | onvoltooid, deelwoord |
| dong | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedongen | verleden tijd, deelwoord |
| gedongen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedongen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te dingen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen dingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal dingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal dingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal dingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou dingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou dingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou dingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden dingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden dingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden dingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt dingen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen dingen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen dingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen dingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen dingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult dingen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord ding
Herkomst
In de betekenis van ‘trachten te krijgen’ voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van dingen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| dinge | aanvoegende wijs | dingen |
| dingend | onvoltooid deelwoord | dingen |
| dingende | woordvorm | dingen |
| dingt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | dingen |
| dongen | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | dingen |
| gedongen | voltooid deelwoord | dingen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van dingen zijn vastgelegd.