zichtrekening
zelfstandig naamwoord /ˈzɪxtrekəˌnɪŋ/Betekenis
- (België) rekening waarop men geld kan plaatsen dat op elk ogenblik beschikbaar is
- betaalrekening
- rekening-courant
- lopende rekening
Hoe spreek je zichtrekening uit?
/ˈzɪxtrekəˌnɪŋ/
Zichtrekening bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| t | tak |
| r | rood |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord
- rekening waarop men geld kan plaatsen dat op elk ogenblik beschikbaar is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zichtrekeningen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zicht en rekening
Woordfamilie van zichtrekening
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zichtrekeningen | meervoud | zichtrekening |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zichtrekening zijn vastgelegd.